Besluit RvC om bestuurder van woningcorporatie te schoren nietig wegens schending statuten

31-01-2019 | governance, juridisch, rechtspraak, toezicht | 0 Reacties

De uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel van 18 december 2018 is een mooi voorbeeld van hoe belangrijk het is om, ook in prangende situaties, voorschriften uit de eigen statuten voor besluitvorming nauwgezet te kennen en uit te voeren.

Feiten
Per 1 augustus 2018 is de werknemer als statutair bestuurder en voorzitter van de RvB (“werknemer”) in dienst getreden van woningcorporatie Stichting De Woonplaats (“De Woonplaats”). De werknemer staat onder gezag van de zeskoppige RvC.

In enkele evaluatiegesprekken half november tussen de remuneratiecommissie (bestaande uit drie commissarissen) en de werknemer wordt aan de werknemer duidelijk gemaakt dat de samenwerking tussen hem en de overige leden van de organisatie niet goed verloopt en dat maatregelen moeten worden getroffen. Het vertrouwen van de RvC in de werknemer ontbreekt.

Tijdens een gesprek op 30 november 2018, in aanwezigheid van de advocaat van de werknemer, delen drie leden van de RvC de werknemer mede dat hij met onmiddellijke ingang is geschorst. De RvC heeft de bedoeling de werknemer als statutair directeur te ontslaan en bevestigt hem dat per aangetekende brief van 7 december 2018.

De werknemer is het niet eens met zijn schorsing en het voornemen tot ontslag. In een tegen De Woonplaats aangespannen kort geding vordert hij het schorsingsbesluit te schorsen dan wel op te heffen en De Woonplaats te verplichten hem weer toe te laten tot zijn werkzaamheden als bestuursvoorzitter.

Procedure in kort geding bij de kantonrechter

De standpunten
Volgens de werknemer is het schorsingsbesluit van de RvC van 30 november 2018 nietig dan wel vernietigbaar. Het besluit is volgens hem namelijk genomen zonder dat hij in de gelegenheid is gesteld zich tegenover de (gehele) RvC te verklaren. Dit had volgens de werknemer wél gemoeten omdat de statuten van De Woonplaats dat voorschrijven.

De Woonplaats is het daarmee niet eens. Zij stelt dat de op 30 november 2018 bij de bespreking aanwezige leden van de RvC waren gevolmachtigd om namens de drie afwezige leden van de RvC daarbij aanwezig te zijn. Volgens de RvC bieden de statuten de mogelijkheid om bij volmacht aanwezig te zijn. Er is aan alle formele vereisten voldaan en van een gebrek in de besluitvorming is geen sprake, aldus de RvC in dit kort geding.

Het oordeel
De kantonrechter volgt op formele argumenten de werknemer. Ingevolge artikel 4 lid 6 van de statuten kan slechts tot schorsing of ontslag van een lid van het bestuur worden besloten nadat het lid van het bestuur in de gelegenheid is gesteld zich tegenover de RvC te verklaren. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daarmee, bezien in de context van de statuten, bedoeld de voltallige RvC en niet de aanwezigheid van de RvC, waarvan een aantal leden bij volmacht. Het artikel waarop de RvC zich beroept (aanwezigheid bij volmacht) ziet op stemmingen en niet het horen van de werknemer.

 Nu met betrekking tot het horen van de werknemer niet alle vereiste handelingen zijn uitgevoerd, is er sprake van schending van een voorschrift zoals bedoeld in art. 2:14 lid 2 BW. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is het schorsingsbesluit daarom nietig en geldt (totdat er in een bodemprocedure eventueel anders wordt beslist) dat de werknemer niet rechtsgeldig als statutair bestuurder is geschorst.
De kantonrechter schorst derhalve het besluit tot schorsing totdat in een bodemprocedure over de rechtsgeldigheid van dat besluit is beslist.

Nu het vertrouwen onherstelbaar tussen partijen lijkt te zijn beschadigt, wijst de kantonrechter de vordering tot wedertewerkstelling echter af. Toewijzing zou volgens de kantonrechter leiden tot een onwerkbare situatie.

Les voor de praktijk
Een van de lessen die uit deze uitspraak getrokken kan worden is dat bij een mogelijke schorsing of ontslag van de statutair bestuurder, in de fase van het nemen van besluiten daartoe, de wettelijke voorschriften daarvoor maar ook de eigen statuten nauwgezet na moeten worden gekeken. Vervolgens moeten de daar voorgeschreven stappen en handelingen ook stap voor stap opgevolgd worden.

Art. 2:14 lid 1 BW geeft namelijk aan dat een besluit van een orgaan van een rechtspersoon, dat in strijd is met de wet of de statuten, nietig is tenzij uit de wet iets anders voortvloeit. Hieronder valt mede de situatie dat een besluit is genomen, ondanks het ontbreken van een door de wet of statuten voorgeschreven voorafgaande handeling van of mededeling aan een ander dan het orgaan dat het besluit heeft genomen. Zoals in dit geval het horen van de bestuurder (de derde) ten overstaan van de (voltallige) RvC vóór een door de RvC (het “orgaan van een rechtspersoon”) te nemen schorsingsbesluit.

Is zo’n besluit nietig, dan betekent dit dat het moet worden geacht nooit te hebben bestaan. Het gevaar dat bij zo’n nietig besluit tot schorsing ontstaat is bijvoorbeeld dat er toch nog door de bestuurder namens de rechtspersoon rechtsgeldig allerlei verplichtingen kunnen worden aangegaan of beslissingen worden genomen, terwijl dat eigenlijk niet de wens is van het toezichthoudende orgaan dat het nietige besluit nam.

In dit onderhavige geval liep het gelukkig niet zo’n vaart omdat de bestuurder – hoewel formeel niet geschorst – niet meer werd toegelaten tot de werkvloer.
Het is echter niet vanzelfsprekend dat in vergelijkbare situaties wedertewerkstelling eveneens niet wordt toegewezen.

Een mogelijke oplossing om de “schade” zoveel mogelijk te beperken is in dat geval om opnieuw een bijeenkomst met de bestuurder te beleggen en daarbij wél aan alle formele vereisten te voldoen en voorts opnieuw een (voorwaardelijk) schorsingsbesluit te nemen.

Fabienne Degens is in begin 2011 als advocaat beëdigd en is gespecialiseerd in het arbeidsrecht. Voor werkgevers en werknemers adviseert en procedeert zij op dat gebied over onder meer ontslag, ziekte en re-integratie, cao’s, arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden en bedrijfsongevallen, statutair bestuurders en topfunctionarissen, reorganisaties.

linkedin email telefoon043-3521397

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Share This