Btw positie lid van de Raad van Commissarissen

25-06-2019 | rechtspraak, toezicht | 1 reactie

Het EU Hof van Justitie heeft op 13 juni jongstleden arrest gewezen inzake de btw positie van een zelfstandig lid van de Raad van Commissarissen van een woningstichting uit Limburg. De commissaris in kwestie is gemeenteambtenaar en bekleedt daarnaast één commissariaat dat hem ongeveer € 14.000 per jaar aan extra inkomsten oplevert.

Volgens de belastingdienst was de commissaris ondernemer voor btw doeleinden en diende hij btw af te dragen over de commissariaatsvergoeding, ook al betrof het maar één commissariaat. De commissaris was het hiermee niet eens en besloot de kwestie voor te leggen aan de rechter.

In eerste instantie heeft de rechtbank hem in het ongelijk gesteld op basis van het nieuwe beleid van het Ministerie van Financiën vanaf 2013. Op grond van het oude beleid kwalificeerde een commissaris slechts dan als btw ondernemer als hij tenminste vijf commissariaten bekleedde. Nederland heeft echter haar beleid moeten wijzigen op initiatief van de Europese Commissie.

Het Hof Den Bosch twijfelde aan de uitspraak van de rechtbank en besloot een prejudiciële vraag te stellen aan het EU Hof van Justitie. Het Hof is er voor gaan zitten en verklaart na zorgvuldige overweging voor recht dat de commissaris niet kwalificeert als btw plichtig ondernemer.

Het Hof stelt zich op het standpunt dat de commissaris wel een economische activiteit uitoefent omdat hij duurzaam en tegen een marktconforme vergoeding opereert. Vervolgens stelt het Hof vast dat er geen sprake is van ondergeschiktheid ten opzichte van de Raad van Commissarissen uit hoofde van een gesloten arbeidsovereenkomst dan wel vanuit een andere juridische band. Op basis van deze overwegingen zou de conclusie snel leiden tot btw plicht, maar het Hof komt met een bijzondere derde toets en stelt dat de commissaris zijn activiteiten niet in zelfstandigheid verricht. Het Hof overweegt dat de commissaris niet in eigen naam, noch voor eigen rekening, noch onder zijn eigen verantwoordelijkheid handelt. De commissaris handelt altijd namens de RvC of de stichting en loopt daardoor geen juridische risico’s. Er is geen sprake van bedrijfseconomische risico’s en de vergoeding is jaarlijks en vast, ongeacht de mate waarin hij vergaderingen bijwoont en ongeacht de feitelijk gewerkte uren. Het honorarium is bovendien niet afhankelijk van het functioneren. Op basis van deze overwegingen komt het Hof tot de conclusie dat een commissaris onder genoemde omstandigheden niet kan worden geacht zelfstandig een economische activiteit uit te oefenen.

Commentaar

Het komt ons voor dat een commissariaat niet meer zo snel tot ondernemerschap voor de btw zal leiden. Dit is goed nieuws voor commissarissen die opereren voor niet aftrekgerechtigde instellingen zoals woningstichtingen, banken, pensioenfondsen en dergelijke. Daartegenover staat dat er dan ook geen recht op aftrek meer bestaat van btw op toerekenbare kosten. We denken dat het arrest ook van toepassing kan zijn op leden van de Raad van Toezicht en leden van geschillencommissies of beleggingscommissie en dergelijke, waarbij zelfstandige beroepsbeoefenaren vaak als nevenactiviteit optreden. Het ligt in de lijn der verwachting dat het Ministerie van Financiën met nieuw beleid zal reageren op het arrest.

Zelfstandig gevestigde BTW adviseur en docent belastingrecht aan de Maastricht University.

Jacq. Linssen
Jacq. Linssen BTW Advies

linkedin email telefoon 06 3766 4298

1 Reactie

  1. Denie

    Goed werk voor het verkrijgen van een juiste beslissing

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Share This