“Beloning commissarissen ligt onder vergrootglas”

05-09-2018 | governance, werving & selectie | 1 reactie

Dit is de kop van een artikel uit het Financieel Dagblad van 30 augustus 2018. Mijn aandacht werd er door getrokken en met belangstelling las ik het artikel van Pieter Couwenbergh en Thieu Vaessen. Eerlijk gezegd stelde de inhoud mij teleur, omdat het (kort door de bocht), bijna alleen maar ging over de hoogte van de commissarisvergoeding bij grote beursgenoteerde bedrijven zoals Shell, ING, Philips, ASML, Heijmans, Heineken, AkzoNobel en Boskalis. Het stuk gaat enerzijds in op de relatie tussen de beloning voor bestuurders van deze ondernemingen en de vergoedingen voor de (president) commissaris(sen) en anderzijds op de relatie met de Angelsaksische hoogte van vergoedingen voor commissarissen. Dat mogen natuurlijk de hoofdthema’s van een artikel zijn maar ik mis een meer theoretische beschouwing over vergoedingen voor toezichthouders in het algemeen.


Wat bedoel ik daarmee?

Een terecht bezwaar dat gemaakt wordt door institutionele beleggers kan ik begrijpen. Zij stellen, aldus een geciteerde spreker namens de belangenclub van institutionele beleggers, dat de vergelijking van “Nederlandse” vergoedingen met de hoogte van de beloningen in de Angelsaksische wereld mank loopt, omdat in die Angelsaksische wereld de verantwoordelijkheden van met name de president commissaris veel zwaarder zijn. Dit kan samenhangen met het one tier board besturingsmodel naar mijn mening. Dus pleit ik ervoor dat erop zijn minst een begin wordt gemaakt met de ontwikkeling van een beloningsmodel, dat gerelateerd is aan de zwaarte van het toezichthoudend werk en dus de verwachte tijdsbesteding en de beloning. Ik weet dat er door adviesbureaus, vaak dure, renumeratierapporten worden opgesteld maar uit de praktijk blijkt kennelijk dat er desondanks, gezien de vele voorbeelden die in het artikel worden genoemd, constant discussies losbarsten over de hoogte van de beloning voor toezichthouders. Mijn conclusie: de huidige renumeratierapporten, genieten onvoldoende status, of zijn niet eenduidig genoeg om die discussies te vermijden.

Maar ik mis een veel belangrijker punt. Waartoe dient eigenlijk toezicht? Mijns inziens om de belangen van de shareholders, in enge zin en die van de stakeholders in ruime zin, te behartigen en te bewaken. In beide gevallen zit daar een heel groot maatschappelijk belang achter. Corporate Social Responsability (CSR) in de meest ruime zin des woords, dient naar mijn mening hoog op de agenda te staan van alle toezichthoudende organen, zowel in de profit als in de non profit sector.

Als we met die CSR bril naar de hoogte van de beloning kijken, vind ik twee elementen van groot belang.

  • Een oude gezegde luidt: “if you pay peanuts, you will get monkeys”, vrij vertaald: als je deskundigheid nodig hebt voor een toezichthoudende functie moet er een vergoeding tegenover staan die recht doet aan de vereiste kwalificaties voor die functie en de zwaarte van de functie, waaronder tijdbesteding, in het algemeen.
  • Het tweede element van belang vind ik gelegen in de optiek van de toezichthouder zelf. Een toezichthoudende functie gaan bekleden betekent ook invulling willen geven door iemand van zijn of haar individuele maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het hoeft en moet niet altijd “halen” zijn en het mag en moet soms ook “brengen” zijn, want anders creëren we met elkaar wel een hele schrale samenleving. Het goed vervullen van een toezichthoudende functie dient ook een maatschappelijk belang, zoals eerder geschetst. Ik vind dat wanneer iemand zich meldt of gevraagd wordt voor een toezichthoudende functie, die persoon een intrinsieke motivatie moet hebben, om een bijdrage te willen leveren in het goed functioneren van bedrijven en instellingen. Een goede adequate beloning dient uitgangspunt te zijn, maar het willen dienen van een maatschappelijk belang kan en mag niet uitsluitend afhankelijk zijn van de hoogte van de financiële vergoeding.

Wanneer wij bij onze werving en selectie van toezichthouders de vraag krijgen naar de hoogte van de financiële vergoeding weten wij meestal dat we niet de meest geschikte kandidaat tegenover ons hebben zitten. Toen Delfin Executives actief werd op het terrein van werven en selecteren van toezichthouders een aantal jaren geleden, kregen wij in het begin nog wel eens een telefoontje met de vraag, “hebben jullie nog een commissariaatje voor mij?”. Inmiddels kennen opdrachtgevers en kandidaat toezichthouders onze werkwijze en opvattingen in deze en ontvangen we dergelijke telefoontjes niet meer.

Aan de andere kant vind ik echter ook, dat er maatschappelijk gezien, best vaker waardering uitgesproken mag worden voor de vele uren die toezichthouders besteden aan de uitoefening van toezichthoudende functies, bij nou net niet de beursgenoteerde ondernemingen of prestigieuze non-profit instellingen, waar de beloning niet in de verste verte, ook maar in de buurt komt van de, in het door mij genoemde artikel in het FD, aangehaalde vergoedingen van ruim € 150.000 per jaar.

De statutaire en wetgevende verplichtingen voor toezichthouders zullen in onze steeds complexere samenleving alleen maar gaan toenemen. Naast een adequate beloning en de maatschappelijke plicht van een toezichthouder, zou ik graag een ander beloningsaspect voor toezichthouders willen toevoegen. Ik pleit nadrukkelijk voor het uitbreiden (en soms ook verplichten) van permanente educatie voor veel meer categorieën van toezichthouders dan nu her en der is voorgeschreven. Dat dient nadrukkelijk naar mijn mening breder gefaciliteerd te worden, zodat niet alleen de expertise van een (toekomstig) toezichthouder stijgt, maar hij of zij ook invulling kan geven aan persoonlijke groei en ontwikkeling. Mensen die dat willen, daarnaar zijn we op zoek. Dat faciliteren en stimuleren is ook een vorm van beloning.

Frank van Buren is al meer dan 10 jaar actief in het vinden van kandidaten voor executive en toezichthoudende posities binnen zowel profit als non-profit organisaties. Daarnaast treedt hij op als schaduwmanager voor interim managers en fungeert hij als coach voor executives en raden van toezicht.

Frank van Buren
Partner Delfin Executives

linkedin email telefoon

06 - 523 76 777

1 Reactie

  1. Anna

    In Nederland zijn gecertificeerde commissarissen die jaarlijks PE punten aantoonbaar moeten halen en verantwoorden, geregistreerd in het register RCBM en mogen de titel cbm dragen.
    Helaas trekken zelfs de meest gerenommeerde bureaus zich er niks van aan en wordt daar in dit land geen waarde aan gehecht. Niet kennis, opleiding en ervaring telt, maar de relatie of je hoofdfunctie. Zo vind je hier in een RvT/RvC de directeur van het ziekenhuis met de directeur van een Chemelot/Brightlands/DSM en zijn er RvT/RvC’s zonder 1 lid met vakervaring die essentieel is voor een juiste strategie. Kritische opmerkingen worden al helemaal niet op prijs gesteld. Het old boys netwerk viert hoogtijdagen als je het mij vraagt.
    Dus sla jezelf niet op de borst, het is treurig gesteld in Limburg, en laat zien dat jij de “change” leidt.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Share This